Jeugd (1)

Het gebied rond de Wetering bestond nog geheel uit kleinschalig boerenland. Centraal daarin gelegen was de boerderij van boer Kamp met het bouw- en weiland eromheen. Langs de greppels en de Wetering stonden hier en daar elzenbosjes. Van een dikke holgemaakte tak van een vlierstruik kon je prima een z.g. proppenschieter maken. De nog groene elzenproppen gebruikte je dan als munitie.

Temidden van de buurkinderen Appie Willems en Jenny Spang uit de Windslaan in de wei van boer Kamp.

Onze tuin grensde toen nog pal aan het bouw- en weiland van boer Kamp. Op de onderstaande foto is dat duidelijk te zien.

In de tuin, met uitzicht over het weiland, in de zandbak.

De roggeschoven pal naast ons huis.

Zomers waren er wel meer vliegen in huis dan anders, omdat dan zijn koeien in de wei liepen. Maar ach, ook dat vonden we heel normaal, zonder er echt over te klagen. Het genieten van het landelijk tafereeltje woog duidelijk zwaarder.

Temidden van Herman Broeze, de buurjongen, en Riekje Kamp, dochter van de boer, in de zandbak van de buren. Onze tuin ligt daarachter.

Minder leuk was dat de koeien van onze bessenstruiken vraten. Op de onderstaande foto, van ons achtertuinhek en het weiland van Kamp, zijn op de achtergrond ook de 2 villa's, die toen door de familie's Van Deelen en Groe­neveld werden bewoond, duidelijk te onderscheiden. Rechts op deze foto liep de Wetering toen nog tussen de villa's van Groeneveld en Straatsma naar het achterland van de wijk De Riet, via een grote duiker onder de Bornse­straat. Volgens de kadastrale kaart uit 1817 en de plattegrond van Almelo van 1913, eindigde de Wetering toen in de Wezebeek, via een soort op de kaart getekend moerasgebied met een grote poel, de "Sumpel". Zie hoofdstuk "Kaart 1913".


Als welp in het weiland van boer Kamp.

Boer Willems, die aan de Bornsestraat, ter hoogte van de Reggestraat, een boerderijtje bewoonde, had aan de noordzijde van de Wetering een weiland waarin zijn paard liep. Op een zekere dag, toen ik weer eens langs de sloot liep te struinen, zag ik dat het paard in de Wetering was beland en dat het er vrij diep in was weggezakt. De oevers aan die zijde waren hoger, zodat het paard er op eigen kracht niet meer uit kon komen. Met de nodige spoed haastte ik me naar boer Willems, om hem het ongeval te vertellen. Met behulp van toegestroomde kijkers en een aantal touwen hebben we tenslotte het paard eruit kun­nen trekken. Het arme beest was bekaf en stond te sidderen op het droge. Toen bleek ook dat het via de anus veel water had binnen gekregen en daardoor was opgezet. Of het paard daar nadelige gevolgen van had ondervonden, weet ik niet meer.

Zo omstreeks 1950 sloeg een groot circus zijn tenten op tussen de Wetering en de huidige Schipbeekstraat, pal aan de Wetering. Mijn ouders waren niet van die circusliefhebbers, dus de voorstelling heb ik moeten missen.

Circus "Strassburger".

Maar wel interessant was om het terrein te verkennen, wan­neer het circus, als een dief in de nacht, plotseling was opgebroken. De volgende dag kon je dan  nog duidelijk de ronde cirkel van de piste waar­nemen, waar het strooizaagsel nog lag. Vol bewondering bekeek je dan de enorme donkere achtergebleven uitwerpselen van de olifanten. Het waren voor mij exotische voorwerpen uit een verre en onbekende wereld.

Op de foto hierboven wordt de tennisbaan van de familie Bendien, die in een tweetal villa's aan de Bornsestraat woonde, afgebeeld. In de verte is hierop de watertoren aan de Reggestraat en  één van de twee villa's van Bendien nog goed zichtbaar in het winterse landschap. Via sluipen over een pad over het land van boertje Willemsen (want hij had een grote hekel aan mensen die hier liepen) kon je er komen vanuit de Windslaan, om er b.v. stiekem naar zoekgeraakte tennisballen te zoeken die over de afrastering waren gevallen. Nu is het gebied vrijwel geheel bebouwd met woningen en wegen.

Zie voor vervolg: Jeugd (2).