Zomer (2)

Dikwijls kwam je, na een bezoek aan de Wetering, thuis met je kousen vol met talloze vervelende zaadjes van het beruchte tandzaad, zonder dat je in de gaten had gehad dat je er langs gelopen was. Het was altijd een heel gedoe om die dingen eraf te krijgen. Onder het lopen kropen deze zaadjes met de twee weerhaakjes steeds verder en verder je kous in en het kriebelde erg.

Bloem en zaadjes van het tandzaad.

Je had pas echt geluk wanneer je met het vergiet een salamander ving. Die kans was nog niet eens zo klein. In de gehele Wetering was de kleine watersalamander vrij algemeen. Alleen bij het einde van de Wetering, bij het poeltje in de bocht van het wandelpad ter hoogte van boer Hammink, had je kans om een kamsalamander te verschalken. Deze werd, met zijn oranje-rode buik, natuurlijk het pronkstuk van je aquarium. Klaarblijkelijk hadden ze een slijmerige beschermlaag, want je moest oppassen dat ze niet door je vingers glipten. Je moest er ook opletten dat het aqua­rium goed werd afgedekt, anders vond je zo'n salamander de volgende dag, half opgedroogd, buiten de bak, want klimmen konden ze als de beste. Overigens zou ik uit principe nu nooit meer een salamander willen vangen. Ze zijn immers veel te zeldzaam geworden, staan op de rode lijst en nu dus volledig be­schermd.

 De kamsalamander en de geel gerande waterkever.

Kort na de 2e Wereldoorlog verrees aan de Windslaan de z.g. "Finse school" (de O.L. Windhoekschool), die uit prefab-hout uit Finland was samengesteld. 

De Finse-school aan de Windslaan met daarachter het nieuwe torenhoge Prinses Irene-ziekenhuis.

Meteen verhuisde ik van school K naar dit gloednieuwe gebouw, voor de laatste 2 jaren van de lagere school. Het werd daar al gauw een gewoonte om tentoonstellingen te organiseren van o.m. veldboeketten. De mooiste boeketten werden dan beloond met een prijsje. Veel van deze bloemenpracht was te vinden langs de Wetering. Met name de lange paars-rode kattenstaarten deden het bijzonder goed in zo'n boeket. Menig bos bloemen heb ik daar langs de oevers geplukt, niet alleen voor de tentoonstelling, maar ook vaak voor mijn moeder. Alhoewel haar vader bloemist was aan de vroegere Veemarkt in Almelo, kreeg ik toch de indruk dat ze de wilde­ bloe­men prefereerde boven de gekweekte. Ze was er althans altijd weer erg blij mee, wanneer ik met een boeket thuiskwam.

Een echt veldboeket.

Op warme zomerdagen kon je in de Wetering goed pootjebaden en er zelfs in zwemmen. De sloot was voldoende breed en diep, al zakte je tot je enkels in de modder. Maar het water was niet vervuild en dus volkomen veilig.Wel moest je uitkijken voor bloedzuigers Ook heb ik er wel eens een snoek gezien, die beweegloos in het water hing. Ondanks dat, heb ik me daar toch nog de eerste beginselen van het zwemmen geleerd.

 

.